Na de basisschool, dus vanaf ongeveer 12 jaar, gaan leerlingen naar het voortgezet onderwijs. Het voortgezet onderwijs bestaat uit VMBO, HAVO en VWO en bereidt leerlingen voor op het mbo of het hoger (beroeps)onderwijs. Leerlingen krijgen in de onderbouw een brede scholing. In de bovenbouw kiezen ze een vakkenpakket.

Nederland heeft 4 verschillende typen voortgezet onderwijs:

  • Praktijkonderwijs voor jongeren die moeite hebben om een diploma voor het voortgezet onderwijs te halen. Het praktijkonderwijs leidt rechtstreeks op voor de arbeidsmarkt en duurt 6 jaar.
  • Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) bereidt leerlingen voor op het mbo en de havo. Het vmbo duurt 4 jaar. Voor leerlingen die extra begeleiding nodig hebben op het vmbo is er het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo).
  • Hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo) bereidt scholieren voor op een hogere beroepsopleiding (hbo). De havo duurt 5 jaar.
  • Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) bereidt leerlingen voor op een studie aan een universiteit. Er zijn 2 typen vwo: atheneum en gymnasium. Op het gymnasium zijn de klassieke talen Latijn en Grieks verplicht in de onderbouw en is 1 van deze talen verplicht als examenvak. Op het atheneum hoeft de leerling geen klassieke talen te volgen. Het vwo duurt 6 jaar.

Voor lichamelijk gehandicapte, slechthorende, slechtziende of langdurig zieke leerlingen is er speciaal onderwijs. Daarnaast zijn er speciale scholen voor jongeren die aan topsport doen.

Na het behalen van het eindexamen kan de leerling overstappen naar het hoger onderwijs: het hoger beroepsonderwijs (hbo) aan een hogeschool (nominaal vierjarige opleiding; havo of vwo vereist - ook toegankelijk met mbo niveau 4) het academische onderwijs aan een universiteit (driejarige bachelor eventueel gevolgd door een een- of tweejarige master; vwo vereist) of naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Hiervoor is een vmbo-diploma of hoger (havo, vwo) vereist. Maar de leerling kan ook gaan werken, mits hij/zij een startkwalificatie heeft of niet meer leerplichtig is.

Om tot een goede school- en studiekeuze vanaf het basisonderwijs te komen, wordt er in groep 8 vaak een Cito Eindtoets Basisonderwijs van het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (CITO) afgenomen om het eventuele niveau van een leerling te kunnen bepalen. De CITO-toets is dus een hulpmiddel. Het hoogste aantal punten dat behaald kan worden bij de CITO-toets is 550. Dat betekent overigens nog niet dat de scholier dan alle vragen goed beantwoord heeft. Ook geeft de basisschool een schooladvies.

In januari en februari houden veel scholen in het voortgezet onderwijs een open dag. Toekomstige scholieren kunnen dan kennismaken met de opleiding, school en de leraren. Daarna kan een leerling zich in laten schrijven bij de school van zijn of haar keuze, waarna een definitieve aanname plaats vindt.