Ontwikkelingsgericht Onderwijs

Het Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OGO) heeft relatief recent zijn intrede gedaan in het Nederlandse basisonderwijs. OGO is ontwikkeld door een groep van Nederlandse en Vlaamse onderwijskundigen, die zich heeft laten inspireren door de ideeën van de Russische psycholoog Lev Vygotsky (1896-1934) over het ontwikkelingsproces bij kinderen. Volgens Vygotsky dient het onderwijs een bijdrage te leveren aan de brede culturele ontwikkeling van leerlingen. Dat is volgens hem alleen mogelijk ‘wanneer leren zowel maatschappelijk als persoonlijk betekenisvol is’ (Didactief, 2013). Aanvankelijk werd het OGO voornamelijk toegepast in de onderbouw, maar de laatste jaren gaan steeds meer OGO-scholen er toe over om het concept ook in de midden-en bovenbouw te introduceren.

Belangrijkste concepten binnen dit type onderwijs

Zone van Naaste Ontwikkeling

Het is de taak van de leerkrachten om de ontwikkeling van hun leerlingen op gang te brengen en te houden: in dit kader zijn zij voortdurend op zoek naar de Zone van Naaste Ontwikkeling van hun leerlingen, waar zij op willen inspelen. De Zone van Naaste Ontwikkeling, een term die is ontleend aan Vygotsky, duidt het verschil aan tussen wat het kind zonder hulp kan en wat het met hulp kan. Het basisidee is dat kinderen van nature een enorme drive hebben om zichzelf te ontwikkelen, maar dat ze wel op het juiste moment sturing, en een uitnodigende omgeving nodig hebben om die intrinsieke motivatie te behouden, en te vertalen naar resultaten.

Spelenderwijs leren

De belangrijkste activiteit die binnen OGO wordt ingezet om leerlingen te activeren en motiveren is het spel. In het spel kunnen ze zowel kennis opdoen als deze direct inzetten, en ze worden gestimuleerd om zelf verder te denken over bepaalde problemen of vraagstukken. Ook ‘onderzoek doen’ is een vorm van spelenderwijs leren, omdat het net als een spel regels kent, en de leerling eveneens de mogelijkheid geeft om zelf initiatief te nemen en creatief te zijn. Door een gehele OGO-school heen kun je dus vele speel-en onderzoekshoeken vinden (ook in de hogere klassen), die een veel grotere diversiteit kennen dan de speelhoeken binnen de andere basisschooltypen: zo zijn er bijvoorbeeld spelhoeken in de vorm van een museum, postkantoor, restaurant, literair café, laboratorium, en atelier en dergelijke.

Wat heeft dit type onderwijs uw kind te bieden?

Betekenisvol en maatschappelijk relevant onderwijs

De leerkracht probeert in OGO voortdurend een brug te slaan tussen wat de leerling wil leren en wat die leerling aan kennis en vaardigheden nodig heeft om in de maatschappij te kunnen functioneren (wat tevens aansluit bij de kerndoelen zoals die door de overheid zijn gesteld). Er wordt daarom zoveel mogelijk gewerkt ‘in thema’s die aansluiten bij de belevingswereld van leerlingen en vorm geven aan wat maatschappelijk gezien van belang is om te leren [zoals kunnen kopen en verkopen, red.].’ (Monique Volman, hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam in Didactief, 2013), in een rijke leeromgeving waarin kinderen de vrijheid hebben om zelf op onderzoek uit te gaan.

Verschil mag er zijn

Kinderen ontwikkelen zich in een verschillend tempo en hebben elk hun eigen talenten en beperkingen. Zij hebben daarmee ook een verschillende behoefte aan hulp en ondersteuning, iets waar binnen het OGO zoveel mogelijk rekening mee wordt gehouden. Dat betekent dat de leerkracht de leerprocessen van elk kind voortdurend zal blijven monitoren en moet bedenken welke aanpak het beste past bij een kind, zodat deze kan blijven groeien in zijn/haar ontwikkelingsproces.

Interactie met de maatschappij

De muren tussen school en samenleving worden voortdurend geslecht: binnen dit type onderwijs leren kinderen spelenderwijs vaardigheden en kennis aan in situaties die erg lijken op situaties in ‘het echte leven’, de ‘maatschappij’ (zoals het verkoopproces in een winkel of een reisbureau, de interacties in een kapsalon, etcetera) die ze direct kunnen toepassen in het dagelijks leven.